info voor plaatsers

Het Pieterpad Pro­ject is spe­cifiek bedoeld voor de doel­groep kinderen van 11 t/m 14 jaar met ADHD of een Aut­isme Spec­trum Sto­ornis. Afhankelijk van het onwikkel­ing­s­nivo kan voor een 15-jarige evt. een uitzon­der­ing gemaakt worden.
De keuze voor deze doel­groep is ingegeven door de ontwikkel­ingstaken die deze leeftijdsgroep ken­merken. Ten eer­ste beginnen deze kinderen ongeveer in groep acht zich meer te richten op de leeftijds­ge­n­oten (peer­group) en minder op het gezin. Ten tweede gaan ze meer en meer hun indi­vidu­al­iteit ontwikkelen en raken ze in de puberteit.

Door de optel­som van deze factoren zijn deze kinderen extra kwets­baar. Ze zijn gevoe­lig voor beïn­vloed­ing door leeftijds­ge­n­oten, lopen ris­ico op het ontwikkelen van prob­leemgedrag, komen gem­id­deld vaker in aan­rak­ing met politie en justitie en zijn vaker dan gem­id­deld een bron voor gezinsproblemen.

Het Pieterpad Pro­ject maakt gebruik van een aan­tal meth­odis­che modellen:

Het Sociaal Com­pet­en­tiemodel
Het Sociaal Com­pet­en­tie Model is gericht op het ver­gro­ten en/of ver­stev­i­gen van de (sociale) com­pet­en­ties van de cliën­ten. We bedoelen hier­mee dat de cliën­ten die vor­men van gedrag geleerd worden waarmee zij zich in hun dagelijks func­tioneren zo goed mogelijk kunnen hand­haven en zich ver­der kunnen ontwikkelen. De nad­ruk hier­bij wordt gelegd op het leren.
Het sociaal com­pet­en­tie model gaat er tevens van uit dat het leren van nieuw gedrag de groot­ste kans van sla­gen heeft wan­neer hier­bij zo dicht mogelijk wordt aangesloten bij het gedrag wat de cliënt al kent en waarmee hij suc­ces heeft gehad in zijn dagelijks leven. Wan­neer cliën­ten in staat zijn in sociale situ­aties het passende gedrag te ver­tonen noe­men we de cliënt com­pet­ent of vaar­dig.
In het model spreken we van vaar­digheden (gedrag) die de cliënt nodig heeft om bepaalde (sociale) taken te kunnen vol­bren­gen. Wan­neer de taken en de vaar­digheden elkaar in even­wicht houden spreekt men van sociale competentie.

Het Con­tex­tuele Model
De Contextuele DriehoekHet Con­tex­tuele Model model gaat uit van de betek­en­is­samen­hang die mensen met elkaar tot stand bren­gen door te han­delen. Door te han­delen, een activ­iteit te onderne­men ont­staat ver­bond­en­heid, engage­ment. Vanuit ver­bond­en­heid ont­staat iden­titeit.
Het IK is de expressie van het inner­lijk van de per­soon en is daarmee een medebepal­ende factor van de totale situ­atie (de con­text) waar­van de per­soon deel uit­maakt.
Het WIJ is de rela­tionele bet­rokken­heid tussen het IK en de anderen die deel uit­maken van dezelfde con­text.
Het HET betreft binnen de con­text alle (ontwikkelings)taken en zaken waarmee de per­soon te maken krijgt en waarmee hij moet leren omgaan.
Gedragver­an­der­ing is erop gericht de afstem­ming, de func­tion­al­iteit, tussen jongere en de wereld (con­text en WIJ) zodanig te ver­beteren, dat er een beter ontwikkel­ing­sper­spectief ont­staat.
Vanuit dit model gez­ien proberen we gedrags­ver­an­der­ing in drie onder­scheidbare fases te laten plaats­vinden.:
In de eer­ste fase wordt gep­ro­b­eerd de IK < — > HET-coalitie (het overlev­ingsgedrag waarin de jongere zit.) te door­breken. Dit kan door de activ­iteit van de groep centraal te stel­len en de jongere daarmee te ‘ver­leiden’ zich te gaan ver­binden of het onontkoom­baar te maken dat de jongere zich gaat ver­binden met het ‘WIJ’ van de vol­wassenen en de groep.
In de tweede fase wordt vanuit de WIJ < — > HET-coalitie gew­erkt aan het opbouwen van ervarin­gen, die het IK ver­ster­ken. Het WIJ biedt een vorm van vei­ligheid van waaruit nieuw gedrag en nieuwe strategieën ontwikkeld kunnen worden. Naarmate deze nieuwe vaar­digheden beter ant­woord bieden op situ­aties dan de oude zal het zelfver­trouwen toene­men.
In de derde fase wordt de jongere de ruimte geboden om vanuit het opge­bouwde ‘IK’ een nieuwe ver­bind­ing met het ‘HET’, in dit geval de toekom­stige maatschap­pelijke (ontwikkelings)taken en zaken op het door de jongere te bereiken nivo te leg­gen en daar­bij zo nodig de steun van het WIJ te gebruiken.
(ontleend aan “Behan­del­ing van gedrag­s­prob­lem­at­ische jongeren” door Drs. W. van der Schee, 1992)